De hemel en de hel

Er was eens een belangrijke en vrome rabbi, die al op hoge leeftijd was gekomen.

Hij wist dat hij niet lang meer te leven had. Hij had echter nog één vurige wens: voordat hij stierf te mogen zien wat de hemel was. Hij bad veelvuldig tot God en smeekte hem zijn wens in vervulling te doen gaan.

En eindelijk willigde God zijn wens in en zei tegen hem: “Ga dan maar mee, dan zal ik het je laten zien”.

God nam hem mee naar een groot en prachtig kasteel. Ze betraden een brede trap en gingen door een rijk versierde deur naar binnen. Ze kwamen in een brede binnenplaats met vele deuren.

God zei tegen hem: “Voordat ik je de hemel laat zien, laat ik je ook eerst de hel zien”.

God liep regelrecht naar een bepaalde deur, opende deze en zei: “Ga hier maar naar binnen en kijk: dit is de hel”.

De rabbi keek en kon z’n ogen niet geloven: hij zag een grote kamer vol met mensen, die rondom een lange tafel zaten. De tafel was gedekt met de heerlijkste gerechten uit alle windstreken. De rabbi begreep er niets van en vroeg aan God: “Hoe kan dit nu de hel zijn; deze mensen met al dit heerlijke eten..?”

“Je hebt niet goed gekeken, kijk nog maar eens goed” zei God. De rabbi keek nog eens en toen schrok hij van wat hij zag: al deze mensen hadden stijve armen, die ze recht voor zich uit hadden liggen! Van al dat lekker konden ze niets eten, omdat ze hun lepel niet bij hun mond konden brengen!. Toen begreep de rabbi dat dit inderdaad wel de hel moest zijn..

“Nu zal ik je de hemel laten zien, loop maar met me mee” zei God.

Hij liep voor hem uit een aantal gangen door en opende een deur naar een ander vertrek. Ook hier keek de rabbi naar binnen en hij wat hij zag verwarde hem nog meer: hij zag weer een kamer vol met mensen rondom een rijk gedekte tafel; ook deze mensen hadden stijve armen.

Hij begreep er niets meer van en vroeg: “Hoe kan dit nu de hemel zijn?”

God antwoordde: ”Je hebt weer niet goed gekeken, kijk nog eens beter”

De rabbi keek en wat hij toen zag ontroerde hem zeer: hij zag dat deze mensen hun overbuur te eten gaven.. Wat ze zelf niet in hun eigen mond konden stoppen, konden ze wel bij de ander.  Toen begreep hij: dat dit dus de hemel was…..

 

Oud Joods verhaal